Harry Potter en de Gevangene van Azkaban
Uit Harry Potter Wiki
Harry Potter en de Gevangene van Azkaban (Harry Potter and the Prisoner of Azkaban) is het derde deel uit de Harry Potter-serie en is net als de andere delen geschreven door J.K. Rowling. De Nederlandse vertaling is van Wiebe Buddingh' en is uitgegeven door uitgeverij De Harmonie / Standaard Antwerpen. Het boek heeft 26 hoofdstukken en 326 bladzijden.
In 2004 kwam de film Harry Potter and the Prisoner of Azkaban uit, gebaseerd op het boek.
[bewerken] Samenvatting van het boek
Het boek begint met Harry die zich opgelaten voelt omdat zijn tante Margot, die een pesthekel heeft aan Harry, komt logeren. Hij ziet er vreselijk tegenop. Dan krijgt hij een brief van school, waarin staat dat de derdejaars van Zweinstein naar het nabije toverdorpje Zweinsveld mogen als ze toestemming krijgen van een ouder of voogd. Harry besluit zijn oom Herman Duffeling te chanteren door te zeggen dat hij zich alleen maar zal gedragen tijdens het bezoek van tante Margot als oom Herman het formulier ondertekent, en oom Herman blijkt hem inderdaad wel toestemming te willen geven als Harry belooft zich te gedragen. Maar tante Margot laat zich enorm laatdunkend uit over Harry en Harry's ouders, en hij verliest de controle over zijn toverkracht. Hij doet haar per ongeluk opzwellen en rent van huis weg. Doordat Harry struikelt, nadat hij schrok van een duister wezen, en nietsvermoedend zijn toverstok uitsteekt, komt de Collectebus hem ophalen. In de collectebus ontdekt hij dat Sirius Zwarts, een duistere tovenaar en volgeling van Voldemort, uit de tovenaarsgevangenis Azkaban ontsnapt is. Harry gaat naar de Lekke Ketel aan de Wegisweg en wacht daar totdat zijn vrienden komen. Hij koopt zijn schoolspullen en gaat na een week naar Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus. Hij ontdekt dat Sirius Zwarts het op hem gemunt heeft. Zwarts gelooft dat als hij Harry Potter vermoordt, Heer Voldemort weer aan de macht kan komen. Er is ook een nieuwe leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten, Remus Lupos. Professor Lupos wordt Harry's favoriete leraar. Hij leert Harry een Patronus op te roepen om Dementors (bewakers van Azkaban, die al je geluk wegzuigen) op afstand te houden. Deze Dementors zijn ook op alle toegangspoorten van Zweinstein gestationeerd, om de school te beschermen tegen Sirius Zwarts. Tijdens het schooljaar ziet Harry een paar keer een grote, zwarte hond, het duistere wezen wat hij ook al zag toen hij wegliep van huis, vlak voordat hij bijna werd overreden door de Collectebus. Volgens professor Zwamdrift, zijn lerares Waarzeggerij, betreft het de Grim, het ergste voorteken van de dood.
Tijdens een bezoek aan Zweinsveld, komen Harry, Ron en Hermelien erachter dat Sirius Zwarts een vriend was van de vader van Harry, James Potter, en dat hij James en Lily Potter heeft verraden aan Heer Voldemort. Dit heeft ervoor gezorgd dat Heer Voldemort beide ouders van Harry kon vermoorden, en ook probeerde om Harry te vermoorden.
Als een leerling van Zweinstein in de Ochtendprofeet gelezen heeft dat Sirius Zwarts niet zover van Zweinstein vandaan gesignaleerd is, stijgt de spanning in en rond Zweinstein. Als Harry, Hermelien en Ron op een gegeven moment teruglopen van een bezoek aan hun vriend Hagrid sleurt dezelfde hond die Harry al een paar keer eerder had gezien Ron mee naar de Beukwilg. Onder de wilg blijkt een geheime gang te zijn en ze lopen daar met zijn allen in. Aan de eind van de gang komen ze in een huis. Daar ziet Harry dat Sirius Zwarts een faunaat blijkt te zijn, die zich kan veranderen in een hond. Even later komt ook professor Lupos. Hij staat aan de kant van Zwarts. Dit verbaast Harry, Hermelien en Ron.
Eerst denken ze dat Lupos ook een verrader is, totdat Zwarts en Lupos het uitleggen. Ze leggen uit dat niet Zwarts de ouders van Harry aan Heer Voldemort, heeft verraden, maar ene Peter Pippeling. Pippeling is ook een faunaat, en een oude vriend van James en Sirius. Hij heeft net gedaan alsof Zwarts hem opgeblazen heeft door zijn wijsvinger af te snijden en dat stukje vinger achter te laten op de plaats van de explosie, zodat iedereen dacht dat dat alles was wat er van hem was overgebleven. Vervolgens transformeerde hij zichzelf in een rat en vluchtte. De hele tovenaarsgemeenschap is hier ingetrapt. Zwarts heeft dus meer dan tien jaar in Azkaban gezeten voor een misdaad die eigenlijk door Pippeling is gepleegd. De rat van Ron, Schurfie, blijkt Peter Pippeling te zijn!
Lupos en Zwarts toveren Pippeling in zijn normale gedaante terug. Ze willen hem eigenlijk vermoorden, maar Harry wil hem aan de Dementors overleveren, omdat hij niet wil dat de beste vrienden van zijn vader veranderen in moordenaars. Op de terugweg komen zij in het maanlicht van de volle maan terecht, en verandert Professor Lupos in een weerwolf. Iedereen moet vluchten, en Peter ontsnapt. Later komen er minstens honderd Dementors om Zwarts gevangen te nemen. Harry verjaagt ze, maar valt op het eind net zoals iedereen flauw. Zwarts wordt in Zweinstein gevangen gehouden. Hermelien weet met haar Tijdverdrijver (een soort magische zandloper) de tijd drie uren terug te zetten en binnen die tijd weten Harry en Hermelien de Hippogrief van Hagrid te redden en Zwarts op de rug van die Hippogrief weg te krijgen.
Op het einde van het boek neemt Professor Lupos ontslag, omdat de ouders niet willen dat een weerwolf les geeft aan hun kinderen.
